Binnen of buiten?
Je kunt tropische vogels zowel binnen als buiten in een kooi of volière houden. Voor een buitenvolière moet hierbij een (verwarmd) binnenverblijf beschikbaar zijn waar de vogels tijdens de koude winterdagen verblijven. Bij temperaturen onder nul vinden de vogels het buiten namelijk minder fijn – ze zijn niet voor niets tropisch 😉
Het belangrijkste om te onthouden is dat vogels nooit zomaar van binnen naar buiten kunnen verplaatsen (en andersom) als de temperatuurverschillen groot zijn. Als je bijvoorbeeld een vogel in de winter in één keer van een binnen- naar een buitenverblijf verplaatst, dan is de vogel niet gewend aan de lage temperatuur en raakt onderkoeld. Andersom kan een vogel ook oververhit raken als deze ineens naar binnen gaat. Wacht daarom tot het voorjaar (april / mei) voordat je vogels naar buiten brengt. En andersom: als je de vogels naar binnen brengt, zet ze dan eerst in een aparte kamer waarin je de temperatuur laag houdt en langzaam aan verhoogt.
Type en grootte van de kooi of volière
Je kunt kooien en (binnen)volières kopen in allerlei vormen en maten. Uiteindelijk maakt het niet heel erg uit welke soort je koopt, zolang deze maar groot genoeg is voor het aantal vogels dat erin zit. Ik raad wel aan om een stevige kooi te kopen; ik heb al eens een model gekocht dat ‘inklapbaar’ was, maar waar vervolgens de lades heel moeilijk van wilden schuiven en de bodem te makkelijk eruit kwam…
Het allerbelangrijkste voor alle vogels is dat zij voldoende vliegruimte hebben in hun kooi. Hierbij telt vooral de breedte van de kooi – vogels vliegen toch vooral horizontaal. Hoe groot de kooi moet zijn hangt daarnaast ook af van de soort en het aantal vogels dat je hebt. Toen ik met één koppel zebravinken begon had ik een kooi van 70 cm breed (en 80 cm hoog), dat is ook wel het absolute minimum voor zebravinken. Maar voor gouldamadines wordt bijvoorbeeld al een minimale breedte van 120cm aangehouden.

Toen ik besloot om meer vogels te nemen ben ik naar een flink groter model gegaan, namelijk een kooi van 150 cm breed en 160cm hoog. Dit geeft de vogels de ruimte om hun eigen ding te doen. Daarnaast is het ook in het broedseizoen een stuk comfortabeler. Veel koppels zijn wat fel in het verdedigen van hun nest en zo kunnen de andere vogels ver genoeg uit de buurt blijven. In deze kooi houd ik nu tien vogels (vijf koppels), meer ook niet want in het broedseizoen wordt het waarschijnlijk al aardig druk.

Waar zet je de kooi neer?
Het is voor vogels belangrijk dat ze voldoende rust hebben. Daarom moet altijd minimaal één kant van de kooi tegen een muur aan staan, zodat ze altijd een ‘veilige’ plek in de kooi hebben waar ze tot rust kunnen komen. Verder is het heel onrustig als er continu mensen langs de kooi lopen, daarom staat de kooi bij voorkeur niet in een directe looproute.
Vogels hebben behoefte aan zonlicht, maar zo mogen niet voor het raam staan want dan raken ze oververhit. Bij voorkeur staan ze dus in een ruimte waar voldoende daglicht invalt, met voldoende afstand van het raam.
Ten slotte zijn vogels graag op een hoge plek. Mocht je een wat lagere kooi hebben, zet deze dan op een tafeltje of kast zodat ze voldoende hoog uitkomen. De vogels moeten minimaal 1 meter hoog vanaf de grond kunnen zitten. Daarom stond mijn eerste kooi bijvoorbeeld ook op een klein kastje.
Los vliegen?
Ik krijg vaak de vraag of mijn vogels ook los rondvliegen in huis. Het antwoord is kort: nee. Ik heb het aan het begin wel onderzocht of dit nodig en nuttig is voor de vogels. Maar mijn oudoom zei toen de wijze woorden: “doe het niet, je krijgt ze nooit meer te pakken!”.
Grotere vogels zoals parkieten en papagaaien (in de vogelwereld worden ze kromsnavels genoemd) hebben relatief veel vliegruimte nodig en worden daarom minimaal 1x per dag uit hun kooi gelaten. Het grote verschil is dat deze vogels tam gemaakt worden en aanleren om terug in hun kooi te gaan.
Kleinere vogels zijn wat dommer en kunnen niet aanleren om hun kooi terug te vinden. Ze hebben daarnaast veel minder vliegruimte nodig en daarom hoeven ze ook niet los te vliegen. Het scheelt daarnaast ook in wat praktische zaken; losvliegende vogels poepen namelijk ook overal, en je moet bijvoorbeeld de ramen afschermen zodat ze niet daartegenaan vliegen.
Bodembedekking
In iedere binnenkooi of -volière zitten onderin lades die je uit kan schuiven. In deze lades gaat de bodembedekking voor de kooi. De bodembedekking vangt de poep van de vogels op, zodat je dat vervolgens makkelijk kunt uitscheppen. Afhankelijk van het type kooi heb je daarnaast ook nog een rooster dat boven de la wordt geschoven, zodat je de la veilig eruit kan halen zonder dat de vogels van onderuit ontsnappen.
Er zijn meerdere soorten bodembedekking die je in deze lades kunt doen. Ik heb zelf twee varianten geprobeerd: schelpenzand en beukensnippers.
Schelpenzand
Schelpenzand is, zoals de naam al suggereert, zand met fijngemalen schelpen erdoorheen. Ik heb deze bodembekking een tijd gehad in de eerste kooi van Chilli en Pepper. Deze kooi had geen extra roosters, dus Chilli en Pepper liepen geregeld door dit zand te struinen. Het voordeel van schelpenzand is dat het heel zacht is voor de pootjes en dat de vogels ook wat calcium binnenkrijgen door de stukjes schelp op te eten. Het zand ruikt daarnaast heel lekker als je het net in de la hebt gedaan, dan ruikt het een beetje naar anijs. Het nadeel is dat het zand wel snel nat wordt. Je ziet duidelijk de plekken waar de vogels veel poepen (omdat ze daarboven op een stok zitten) en het zand gaat dan ook stinken. Ik ben daarom overgestapt op beukensnippers.
Beukensnippers
Beukensnippers zijn kleine stukjes hout en absorberen het vocht van de vogelpoep goed. Je kunt deze snippers in meerdere formaten kopen (6mm, 8mm en 10mm). Ik koop zelf altijd zakken van 6 mm (fijn formaat). Ik vind dit fijner dan het schelpenzand, omdat het minder stinkt. Je kunt daarnaast redelijk lang doen met een zak; meestal is het voldoende om de grote stukken met poep van de bovenste laag af te halen (ook hier weer duidelijk aanwezig onder de zitstokken) en evt. een klein laagje beukensnippers aan te vullen. Eens in de zoveel tijd leeg ik de hele lade, dan maak ik deze helemaal schoon en zijn ook bijvoorbeeld kleine zaadjes weg die tussen de snippers zijn gevallen.

Inrichting van de kooi
Als je een buitenvolière hebt, dan kun je veel gebruikmaken van natuurlijke materialen voor de inrichting. Denk aan planten, boompjes, een vijver, etc. Voor een binnenvolière of kooi heb je die mogelijkheden niet, dus bij deze mijn tips voor een praktische maar ook leuke inrichting.
Stokken en plankjes
Uiteraard hebben vogels plek nodig om te kunnen zitten. Daarom moeten er voldoende stokken in de kooi hangen waar ze naartoe kunnen vliegen. Het beste is om hierbij meerdere soorten stokken op te hangen qua vorm, grootte en dikte. Dit zorgt ervoor dat de vogels hun poten goed gebruiken en lijkt bovendien ook op de situatie in de natuur. Ik heb zelf daarom, naast de meegeleverde stokken van de kooi, ook stokken van natuurlijk hout hangen en meerdere ‘lianen’ (krullend hout) in de kooi.

Naast de verschillende typen stokken heb ik ook een aantal plankjes hangen. En een uitgeholde stronk (’trunk hut’). Met name de gordelgrasvinken vinden het heel leuk om daar af en toe doorheen te huppen.

Ten slotte wordt ook aangeraden om de stokken af en toe van plek te veranderen. Dit zorgt ervoor dat de vogels afwisseling hebben.
Eten en drinken
Uiteraard moet er eten en drinkwater in de kooi aanwezig zijn. Ik gebruik de etensbakjes die zijn meegeleverd bij de kooi voor al het voer. Deze heb ik op verschillende hoogtes hangen in de kooi, zodat de vogels ook apart van elkaar kunnen eten. Overigens kies ik er soms ook voor om de etensbakjes laag in de kooi te hangen, wanneer een koppel in de war is en besluit om eieren in het etensbakje te gaan leggen (vogels broeden namelijk bij voorkeur hoog).
Daarnaast heb ik drinkflesjes (ze worden bij de dierenwinkels ook wel ‘drinkfonteinen’ genoemd) die aan de buitenkant van de kooi hangen. Het voordeel van deze flesjes ten opzichte van bakjes is dat de vogels deze niet gebruiken om in te badderen, waardoor het water wat schoner blijft. Ik heb zelf twee drinkflesjes hangen die ik dagelijks ververs. Dit is vrij weinig, maar ik heb daarnaast ook nog een waterfontein in de kooi staan waar de vogels ook uit drinken.
Naast deze bakjes/ flesjes heb ik ook nog een voerruif. Dit is een bolletje waar ik fruit of groente in kan doen, zodat de vogels dat daaruit kunnen pikken. In het broedseizoen stop ik ook weleens nestmateriaal in die ruif, zodat de vogels wat moeite moeten doen om hun nestje te vullen. Ik heb ook een fruitcupjeshouder en een houder waar ik stelen met trosgierst op kan hangen (meer hierover bij “Voeding van vogels”).
Waterfontein
Vogels zijn gek op badderen. Je kunt daarvoor badhuisjes kopen (die hang je aan de buitenkant van de kooi). Ik heb zelf ooit online gezien dat vogels ook heel leuk kunnen badderen in een drinkfontein. Dat moest ik natuurlijk proberen, en het is een groot succes hier!
Ik vind de waterfontein heel fijn werken. De fontein heeft een filter en kan continu aanstaan, waardoor het water altijd vers is en je er zelf niet aan hoeft te denken om een badhuisje op te hangen. De vogels kunnen dus ook lekker badderen als ik een dag niet thuis ben. Overigens heb ik wel een tijdschakelaar aan mijn fontein gehangen, zodat deze ’s nachts uitstaat. De vogels slapen dan toch, dus er wordt ook niet gebadderd.
Nesten
Veel kleine tropische vogels zijn nestslapers. Zij vinden het daarom heel fijn om in een mandje of -kastje te slapen. Ik heb daarom in mijn kooi meerdere soorten nestgelegenheden hangen. Het hebben van nesten zorgt er echter wel voor dat de vogels ook vaak zin krijgen om aan een eigen nest te beginnen. Lees: ze gaan dan eieren leggen. Ze zorg ervoor dat ze deze niet uitbroeden door de eieren weg te halen, maar ik haal de nesten soms ook weg om hun ritme te doorbreken en ze echt rust te laten nemen.
Er zijn meerdere soorten nesten; je hebt gesloten nestkastjes, halfopen nestkastjes, kleinere en grote nestmanden en ook open mandjes. Veel nesten zijn gemaakt van natuurlijk materiaal (hout, bamboe), maar er zijn ook kunststof nesten te koop. Ook hierbij geldt eigenlijk dat het niet zo veel uitmaakt wat voor nest je ophangt, zolang deze maar groot genoeg is voor de vogels. Ik vind het zelf mooier om nesten op te hangen van natuurlijk materiaal, omdat dat beter past bij de inrichting van mijn kooi (en mijn huis). Kijk daarnaast vooral ook waar de vogels zelf behoefte aan hebben; mijn gouldamadines zijn altijd gewend geweest aan nestkastjes en zitten daarom (nog) niet in mijn bamboemandjes. Mijn andere vogels vinden die juist weer heel erg leuk.

(Kunst)planten
Om de kooi een ‘natuurlijke’ look te geven heb ik ook een aantal kunstplanten gekocht en opgehangen. De vogels vinden het heel leuk om hier in te zitten. Bij sommige soorten vinden ze het wel leuk om daar ook aan te plukken, niet om op te eten maar vooral om te gebruiken als vulmateriaal voor hun nest. Let er daarom bij het ophangen van een plant goed op waar je deze ophangt en hoe de vogels erop reageren. Het is geen drama als de planten af en toe uit elkaar worden getrokken, maar het ziet er natuurlijk wel minder mooi uit en ik probeer wel te voorkomen dat de vogels per ongeluk kunststof binnenkrijgen.
In een buitenvolière zou je ervoor kunnen kiezen om echte planten in de grond te zetten, zolang ze niet giftig zijn.
Speelgoed
Als je in een dierenwinkel bij het schap ‘vogels’ staat, dan zie je echt van alles en nog wat hangen aan ‘speelgoed’. De wat slimmere vogels (parkieten en papegaaien) houden namelijk heel erg van spiegeltjes, belletjes, klimrekjes, schommels, etc… Zij hebben dit speelgoed ook nodig om zichzelf te vermaken.
Kleine tropische vogels hebben geen speelgoed nodig en zullen hier ook niks mee doen als je het ophangt. Ik heb zelf wel eens een schommel opgehangen die ook geschikt zou zijn voor zebravinken; nou daar vliegen ze met een ruime boog omheen. Je doet ze er dan ook veel meer plezier mee om veel verschillende stokken en dergelijke op te hangen.
